Passen en vangen

Technique Lab — voelen, corrigeren en verfijnen

Inloggen
Terug naar Passen en vangen

Technique Lab

In het Technieklab voel je waar de bal vandaan komt, hoe hard hij aankomt en wat er gebeurt als de hoek of het moment verandert.

Wat vind je hier?

In het Technieklab voel je waar de bal vandaan komt, hoe hard hij aankomt en wat er gebeurt als de hoek of het moment verandert.

Hoe werkt dit?

Gebruik het lab bij individuele correcties en kleine groepen; werk aan één element tegelijk.

Vingers en pols

De pass eindigt met een korte strekking van armen, polsen en vingers. De duimen wijzen na de pass naar beneden en naar buiten. Te veel schouderkracht zonder polsafwerking maakt de pass traag en onnauwkeurig.

Voeten en gewicht

Kracht komt uit de grond. Een stap in de passrichting maakt de pass sneller zonder dat de arm harder hoeft te werken. Bij passen uit stilstand blijft de pivotvoet staan; het gewicht verplaatst naar de passrichting.

Passhoek veranderen

Wie geen passlijn heeft, verandert eerst de hoek: een stap opzij, een pass fake of een korte dribbel opent de lijn. De pass zelf is dan pas de laatste stap.

Vangen buiten het lichaam

  • Vang met de handen vóór de borst, niet tegen het lichaam aan.
  • Volg de bal met de ogen tot in de handen.
  • Vang een slechte pass met twee handen en herstel de balans vóór de vervolgactie.
  • Vang met de voeten al in de richting van de basket wanneer een schot mogelijk is.

Veelgemaakte technische compensaties

  • Pass komt te hoog: de speler strekt te vroeg; laat hem lager afdrukken.
  • Ontvanger moet stilstaan: pas de richting aan naar de vrije hand.
  • Pass wordt onderschept: verklein de afstand of verander eerst de hoek.
  • Speler springt en zoekt daarna pas: laat hem eerst kijken, dan spelen.