Techniek
Rebounden begint bij het herkennen van het schot. Daarna volgt de volgorde: tegenstander vinden, contact maken, naar de bal bewegen en de bal veilig stellen.
Wat vind je hier?
Rebounden begint bij het herkennen van het schot. Daarna volgt de volgorde: tegenstander vinden, contact maken, naar de bal bewegen en de bal veilig stellen.
Hoe werkt dit?
Gebruik deze punten als coachtaal tijdens de oefening; kies er per training één of twee uit.
Positie en contact
- Herken het schot en zoek direct een tegenstander.
- Maak contact met onderarm en heup, draai vervolgens in de weg.
- Houd het contact kort en beweeg daarna naar de bal.
- Blijf breed en laag zodat je niet weggeduwd wordt.
De bal pakken
- Spring vanuit balans, niet vanuit een sprint.
- Pak de bal met twee handen op het hoogste punt.
- Bescherm de bal onder de kin of hoog boven de schouders.
- Draai weg van druk en zoek de outletpass.
Aanvallend rebounden
- Kies een hoek langs de box-out in plaats van er tegenaan te lopen.
- Tip alleen wanneer je de bal niet met twee handen kunt pakken.
- Wees klaar voor de tweede sprong.
- Spreek af wie terugkeert voor de verdedigende balans.
Vijf korte coachcues
- Eerst speler, dan bal.
- Contact vóór de sprong.
- Twee handen.
- Kin of hoog, niet laag.
- Outlet direct.